Puppies

Hoe wordt mijn hond zindelijk

U kunt uw hond het beste leren dat hij zijn behoefte buiten moet doen. Door hem te laten ervaren dat buiten plassen/poepen heel belonend gedrag is; dit in tegenstelling tot binnen.

Maak de hond zindelijk door hem vaak en op de goede momenten uit te laten zodat hij buiten leert te plassen op basis van beloning. In plaats van dat hij vooral leert niet binnen te plassen (op basis van straf). Iedere keer dat de hond op een plek waar hij wel zijn behoefte mag doen plast of poept, prijst u hem (direct) uitbundig. Wees niet te zuinig met uw beloning; een aai is voor de meeste honden onvoldoende om daarvoor actief iets te willen doen / uw aai te willen verdienen. Gebruik liever iets lekkers (het hoeft niet veel te zijn, als het maar heerlijk is). In het begin verdient uw hond met ieder plasje buiten iets lekkers; na verloop van tijd bouwt u dit geleidelijk af. Op momenten dat u kunt verwachten dat de hond zijn behoefte wil doen (na het slapen, na het eten, na een spelletje) brengt u hem naar de plek waar hij zijn behoefte mag doen. Beloon hem (direct en met iets dat de moeite waard is) zodra hij dit daadwerkelijk doet. Probeer binnen plassen/poepen te voorkómen, in plaats van het te laten gebeuren en het dan te bestraffen. Gebeurt het toch een keer dat uw pup binnen plast of poept en u ziet het gebeuren, onderbreek dan het gedrag door bijvoorbeeld in uw handen te klappen. U mag de pup best even laten schrikken (alleen op heterdaad!), maar straffen mag zoals gezegd naar onze mening niet aan de orde zijn bij het zindelijk maken van een pup. De tijd die een puppie nodig heeft om zindelijk te worden verschilt van hond tot hond (net als bij kinderen). Bij sommige puppies is het zo voor elkaar; bij andere duurt het maanden totdat zindelijkheid bereikt is.

Niet al het binnen-plassen komt voort uit onvoldoende zindelijkheidstraining

Sommige honden doen zogenaamde deemoedsplasjes. Het laten lopen van een beetje urine is een natuurlijke reactie van een hond, die een andere hond of een mens wil laten weten dat de ander veel hoger in rang is dan hijzelf. Met andere woorden: het is een manier om respect te tonen. Deemoedsplasjes worden gedaan in situaties waarin de hond onzeker is (bijvoorbeeld wanneer hij wordt gestraft) en is bedoeld om eventuele agressie van de ander te remmen. Pups doen sneller een deemoedsplas dan een volwassen hond, maar ook bij sommige (deemoedige) volwassen honden zien we dit gedrag.

Plassen kan ook een gevolg zijn van grote opwinding

Mensen (vooral kinderen) kennen dit ook; zij plassen in hun broek van het lachen, en ook bij grote angst!
Het is heel belangrijk dat u het plassen uit deemoed (en/of vanwege grote opwinding) niet verwart met onzindelijkheid. U mag namelijk het plassen uit deemoed nooit bestraffen, hoe vervelend u het wellicht ook vindt! De hond zal uw gemopper niet begrijpen, en zal ervaren dat u hem bestraft wanneer hij zijn respect toont voor u en hij juist probeert uw (eventuele) agressie te remmen. Niet alleen zal dat het vertrouwen tussen hond en baas behoorlijk schaden, het zal ook het probleem verergeren. Uit onzekerheid, om nóg duidelijker te laten zien dat u echt hoger in rang bent dan hij en om nóg meer te proberen uw agressie te remmen, zal de hond méér deemoedsplasjes gaan doen. Met andere woorden: mopperen/straffen verergert dit probleem. Meer over deemoedsplassen en / of plassen bij begroeting kunt u lezen in ons artikel “Deemoedsplassen”.

Wanneer uw hond zindelijk is wanneer u thuis bent, maar onzindelijk wanneer hij alleen thuis is. Zelfs al is dat maar voor even, dan kan dit een aanwijzing zijn voor verlatingsangst.
Daarover kunt u meer lezen in het artikel “Hond alleen thuis”.
In het kader van zindelijkheidtraining wijzen we u verder graag op de mogelijkheid een zogenaamde bench (kamerkennel) te gebruiken. Hierover kunt u meer lezen in ons artikel over “Benchtraining”.

Komt puberteit bij honden voor?

Net als mensen komen honden in de puberteit of adolescentie-fase. In deze periode lijkt het erop alsof uw pup alles vergeten is wat u hem ooit geleerd heeft. Afhankelijk van het ras speelt de puberteit zich af in de leeftijd tussen de 6e en 18e maand. In deze periode zult u duidelijke gedragsveranderingen zien, het gevolg van hormonale veranderingen in het lichaam.

Reuen

Reuen (mannetjes) maken het hormoon testosteron aan, hierdoor worden ze geslachtsrijp en gaan ze mannelijker gedrag vertonen. Ze gaan hun poot optillen en beginnen met het uitzetten van geurvlaggen. Dit betekent dat ze overal kleine plasjes doen om hun territorium af te bakenen. Sommige honden krabben over de grond nadat zij zich hebben ontlast. Deze honden maken van een klein plasje een hele belangrijke gebeurtenis: kijk eens wie ik ben! Ook kunnen reuen zich ten opzichte van andere reuen minder tolerant gaan gedragen, en hun krachten willen meten. De hond kan ook beginnen met het verdedigen van zijn territorium, hetgeen kan leiden tot blaffen bij de voordeur of zelfs bezoek niet meer binnen willen laten.

Teven

Teven (vrouwtjes) worden in deze periode voor het eerst loops. Sommige al met zes maanden, andere pas rond een jaar. Voor meer informatie over loopsheid zie de hand-out ?loopsheid en castratie bij teven?. Na de loopsheid kunnen teven heel ander gedrag laten zien. Soms worden ze feller naar andere honden of gaan hun territorium verdedigen.

Blijf een consequente leider

In deze fase van zijn leven is de hond meer dan ooit bezig met zijn ?grenzen te verkennen?. Hij gaat zeker uitproberen of u echt op uw strepen staat als roedelleider. Maar het is ook mogelijk dat uw hond juist nu bepaalde ervaringen opdoet die (hevige) angstreacties bij hem veroorzaken. Om een en ander in goede banen te leiden is het belangrijk om consequent te blijven. Ongewenst gedrag (zoals voor het eerst proberen te knokken met een andere hond) wordt niet toegestaan.
?Ja is ja? en ?Nee is nee?. Maar soms is het verstandig het uitprobeergedrag van uw puber te negeren en de hond met wat lekkers te verleiden tot het tonen van ander gedrag. Toen u hem kreeg heeft u regels opgesteld waar ieder gezinslid zich aan houdt. Wijs elkaar daar nu ook op. Want wanneer één gezinslid het niet zo nauw neemt met de omgangsregels, zal de hond bij die persoon zijn gram halen en juist bij dat gezinslid slecht luisteren.

Als roedelleider bepaalt u waar de hond zijn behoefte doet. Een hond die aangelijnd is, hoeft niet overal zijn vlag uit te zetten, u bepaalt waar dat mag. Zo voorkomt u tevens dat hij zichzelf heel belangrijk gaat maken in de buurt! Loop uw eigen route en verander deze ook eens, laat u niet leiden door de hond.

Gewenst gedrag belonen, ongewenst gedrag negeren

Oefen iedere dag een aantal momenten met uw hond de lesonderdelen.
Gewenst gedrag belonen geeft vaak meer resultaat dan ongewenst gedrag bestraffen. Probeer daarom zo veel mogelijk goed gedrag op te merken en beloon dat, ook al valt dat soms niet mee bij pubers! Eén troost:
ook deze periode gaat voorbij. Maar wanneer u wilt dat uw puber als volwassen hond straks een prettige kameraad is, dan dient u de punten zoals besproken in dit stukje consequent te hanteren.

Waarom plast mijn hond iedere keer als ik thuis kom?

Het komt regelmatig voor dat een hond spontaan urine laat lopen wanneer hij zijn baas (of de visite) begroet. Meestal zijn hiervoor twee oorzaken aan te wijzen. Jonge honden hebben vaak nog onvoldoende controle over hun blaasspier. Wanneer deze honden erg opgewonden zijn, bijvoorbeeld omdat de baas thuiskomt en ze alle aandacht krijgen, kunnen ze in hun enthousiasme hun plas niet meer ophouden en laten dan spontaan urine lopen. Vergelijk dit met een kind dat in zijn broek plast wanneer het de slappe lach krijgt. Straffen heeft in zo?n geval dus geen enkele zin. Sterker nog, het werkt averechts: Wanneer u de hond zou straffen, zou hij niet begrijpen waarom u op hem moppert. Hij zou hierdoor alleen maar onzeker worden, waardoor hij nog minder opwinding/spanning ervaart bij een volgende begroeting. Gevolg: nog meer plassen!

Wanneer jonge honden (nog) onvoldoende controle hebben over hun blaasspier, is dit meestal iets dat vanzelf over gaat wanneer de hond wat ouder wordt. In de tussentijd kan het helpen er voor te zorgen dat de hond niet te opgewonden raakt. Komt u thuis na te zijn weggeweest, negeer de hond dan wanneer u binnenkomt. Het enthousiasme van de hond zal hierdoor getemperd worden. Pas op het moment dat de hond wat rustiger is, begroet u hem. Maak hier dan ook geen uitbundige begroetingsceremonie van. Het wil ook wel eens helpen wanneer u de hond bij binnenkomst direct wat brokjes te eten geeft (zorg dat u ze in uw jaszak hebt zodat u ze kunt voeren zodra u binnenkomt). Een hond zal niet snel gelijktijdig eten en plassen!

Een andere vorm van plassen bij het begroeten van de baas is het zogenaamde deemoedplassen. Dit komt zowel bij jonge hondjes als bij volwassen honden voor. Voor honden is het heel belangrijk dat de rangorde-verhouding met de baas duidelijk is. Een hond die onderdanig, deemoedig, van aard is, zal zijn baas willen laten blijken dat hij de baas als veel hoger in rang ziet. Een hond heeft allerlei mogelijkheden om dit signaal af te geven: op de rug gaan liggen, likken, oren naar achteren draaien, staart laten zakken, maar ook deemoedplassen. Deemoedplassen is vanuit de hond bezien een vriendelijk gebaar naar de baas: “Ik zie jou als een hele hoge baas, ik ben veel lager in rang!”.

Deemoedplassen mag u dan ook nooit bestraffen! Een hond zal absoluut niet begrijpen dat u boos wordt wanneer hij naar u een heel vriendelijk, onderdanig gebaar maakt. Door de hond te corrigeren zou u heel erg benadrukken dat u vindt dat u de hoogste in rang bent. Hierdoor krijgt de hond nog meer de neiging om u te tonen dat hij dat ook vindt en dus zal de hond alleen maar extra gaan plassen!

Toch zijn er wel een aantal mogelijkheden om het deemoedplassen bij de hond te verminderen. De meeste zijn er op gebaseerd dat u geen (onbedoelde) dominante gebaren maakt naar de hond.

  1. Kijk de hond niet recht aan wanneer u binnenkomt. Aankijken is voor een hond dominant, uitdagend gedrag. Hij kan hierop reageren door u zijn deemoed te tonen en dus te gaan plassen.
  2. Maak geen gebaren van bovenaf: aai de hond niet over zijn kop en ga niet over hem heen hangen. Alle gebaren van bovenaf zijn voor een hond weer dominante gebaren, waarmee u hem ‘uitnodigt’ om zich deemoedig te gedragen.
  3. Negeer de hond bij binnenkomst. Wanneer u niet direct contact maakt met de hond, heeft hij geen reden om direct zijn deemoed te tonen. Begroet de hond pas wanneer u zit, of wanneer u door de knieën bent gegaan. U bent dan voor de hond fysiek minder groot (hoog) en daardoor straalt u minder dominantie uit.
  4. Geef de hond iets te eten zodra u binnenkomt. Zoals reeds eerder gemeld: eten en plassen gaan bij een hond zelden samen. Zorg dat u wat brokjes in uw jaszak heeft en geef de hond een brokje zodra u binnenkomt.

Een hond die sterk de neiging heeft om middels deemoedplassen aan u zijn onderdanigheid te tonen, is in veel gevallen ook een hond die snel onzeker is. U kunt deze onzekerheid bij de hond verminderen door een super-consequente baas te zijn. Uw consequente gedrag geeft de hond een stuk zekerheid waardoor zijn eigen onzekerheid vermindert. En wanneer de hond minder onzeker wordt, kan ook de neiging tot deemoedplassen verminderen. Ook het volgen van een goede cursus kan de onzekerheid bij de hond verminderen.

Wanneer mag de pup naar puppytraining?

Hoe oud moet mijn puppy zijn om naar puppytraining te gaan??
Een veel gestelde vraag. Een nieuwe bezitter van zo’n klein hummeltje wil het meestal goed doen en is vaak terecht bezorgd.
Sommige adviseren een puppy pas met twaalf of zestien weken naar school te laten gaan, dat is ontzettend jammer.
Want daarmee mist het jonge hondje een groot deel van de socialisatie.

Het risico dat een puppy, dat goed geënt is met de juiste vaccins op de juiste momenten, ziek wordt op de hondenschool is ZEER KLEIN. Er bestaat echter wel een grote kans op een matige tot onvolledige socialisatie als u uw pup pas na de zestiende week naar buiten laat. Ook is er duidelijk sprake van behoorlijk wat gemiste kansen als de eigenaren pas na de twaalfde of zelfs pas zestiende week met hun hondje naar een puppycursus gaan. Zeker bij beginnende eigenaren kan dit vervelende gevolgen hebben. Uit onwetendheid kan er een hoop misgaan. Laat uw pup zo vroeg mogelijk beginnen met puppyklas. Dit geldt natuurlijk ook voor mensen die al heel wat ervaring hebben op bet gebied van hondentraining. Buiten het feit dat de puppytraining gewoon leuk is, blijft elke ervaring uniek en leert u telkens weer meer.

Bij ons kunt u terecht met uw pup zodra deze bij u in huis is.

Wat zijn de voordelen van een bench & hoe leer ik mijn hond in de bench te blijven?

Een bench, oftewel kamerkennel of hondenbox, is een metalen kooi die speciaal voor honden is bedoeld. Hoewel een bench helaas niet echt goedkoop in aanschaf is, loont de aanschaf ervan vaak toch de moeite. Het gebruik van de bench kan erg nuttig zijn bij de zindelijkheidstraining en bij het voorkomen van probleemgedrag bijvoorbeeld wanneer de hond alleen is. Het gebruik van de bench maakt een mand overbodig.

Wat zijn nu de voordelen van het gebruik van een bench?

Uw hond zal zich prettiger voelen in de bench wanneer hij alleen thuis moet blijven. De bench is voor de hond een soort hol waarin hij veilig is, zoals honden in het wild ook een veilig hol hebben. De kans dat hij de de hele buurt bij elkaar jankt is daarom ook een stuk kleiner! Uw hond krijgt de kans niet om “rottigheid” uit te halen terwijl u weg bent. Toch prettig natuurlijk wanneer u zeker weet dat uw hond zich niet tegoed zal doen aan uw bankstel of uw vloerbedekking!
Wanneer uw hond nog niet (helemaal) zindelijk is, vergroot het gebruik van de bench de kans dat het toch “droog” blijft terwijl u weg bent (ook ’s nachts!). Een hond zal namelijk zijn eigen hol niet graag bevuilen. Alleen in uiterste nood (en zo lang blijft u natuurlijk niet weg) zal de hond in zijn eigen bench plassen of poepen. Niet alleen scheelt u dit een hoop dweilen; het is ook belangrijk dat het proces waarin het een gewoonte wordt om alleen buiten te plassen en te poepen niet te doorbreken. Ideaal bij de zindelijkheidstraining van een puppy.

Voordat u de hond in de bench opsluit wanneer hij alleen thuis moet blijven, moet u ervoor zorgen dat de hond de bench als een prettige, veilige, ligplaats gaat beschouwen. U zet de bench in de woonkamer, op een tochtvrije plek. Het liefst op een plek van waaruit de hond de kamer goed kan overzien (de meeste honden vinden dit prettig). In de bench legt u een deken of iets dergelijks, zodat de ondergrond aangenaam is om op te liggen.

Om de hond te wennen aan de bench geeft u hem een lekkere kluif die hij in de bench op mag eten . Het deurtje van de bench blijft open, maar als de hond zijn kluif wil meenemen naar een andere plek brengt u hem rustig terug naar zijn nieuwe “plaats”. Dit houdt u een aantal dagen vol; iedere kluif of ander lekkers die de hond krijgt laat u hem in de bench opeten. U kunt het beste pas doorgaan met de volgende stap wanneer de hond geen aanstalten meer maakt om zijn kluif mee te nemen naar een andere plek, maar rustig in de bench blijft liggen totdat hij is uitgekloven.

Is de hond eenmaal zover, dan gaat u door met de volgende stap. Iedere keer wanneer de hond wil gaan slapen, bijvoorbeeld na een wandeling of een spelletje, dan brengt u de hond rustig naar zijn bench. Als de hond in de bench gaat liggen (al dan niet op uw aanwijzing) beloont u de hond door hem een speeltje of iets lekkers in de bench te geven. Wanneer de hond een mand, een ligbed of iets dergelijks had, maak het de hond dan gemakkelijker door deze (in elk geval voorlopig) weg te halen. Past de mand of het ligbed in de bench, dan kunt u die daarin natuurlijk goed gebruiken! Wanneer de hond uit zijn bench komt met de bedoeling om op een andere plek te gaan slapen, brengt u hem, net zoals eerst met de kluif, weer rustig terug naar zijn plaats.

Is de hond zover, dat hij zonder problemen in de bench wil liggen slapen en deze zelfs regelmatig zelf opzoekt, dan sluit u als de hond gaat slapen voor een tijdje het deurtje. U geeft hem hierbij de eerste keer weer een kluif of een KONG. U gaat nog niet weg, dat is pas de laatste stap. Mocht uw hond nu toch onrustig worden en/of gaan janken of blaffen, dan is het heel belangrijk dat u juist nu goed reageert.
Dat wil zeggen: zolang de hond onrustig is, negeert u hem volkomen! U mag hem vooral niet troosten of geruststellen, want dan voelt de hond zich beloond voor zijn onrustige gedrag en zal hij dit dus blijven herhalen. Ook kunt u beter niet op hem mopperen, want ook dan krijgt hij toch aandacht van u en dat is precies waar hij om vraagt. Zodra de hond stil is, ook al is het maar even, gaat u op dat moment naar hem toe. Wees niet uitbundig, maar open gewoon het deurtje alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Laat de hond direkt gewoon zijn eigen gang gaan; het is niet de bedoeling dat u door uw gedrag de indruk wekt alsof er iets heel bijzonders is gebeurd.

Pas wanneer de hond rustig in de bench blijft liggen met het deurtje dicht, terwijl u thuis bent, neemt u de laatste stap. Als u (eerst voor korte tijd) weggaat, sluit u de hond op in de bench. Geef hem de eerste keer weer een kluif of KONG.

Een extraatje om de hond zover te krijgen dat hij uit zichzelf met plezier in de bench gaat is nog het volgende. Leg regelmatig een paar hondenbrokjes of ander lekkers achterin de bench, op een moment dat de hond niet ziet dat u dit doet. De hond zal het al gauw de moeite vinden om telkens weer in zijn bench te gaan kijken of er misschien wel weer “zo maar” wat lekkers ligt.

Misschien denkt u, als u dit verhaal gelezen heeft, dat een goede bench-training erg veel tijd en moeite zal kosten. In de meeste gevallen kunt u de omschreven stappen echter al binnen één tot twee weken allemaal nemen. Wel is het belangrijk dat u de hond echt stap voor stap aan de bench laat wennen en dat u daar zoveel tijd voor neemt als bij uw hond nodig is. Het resultaat moet namelijk zijn, dat de hond probleemloos alleen kan blijven in de bench, omdat hij dit als zijn eigen veilige ligplaats ziet. U mag de hond daarom ook nooit voor straf in zijn bench sturen (want dan wordt het juist een vervelende plek)! Als u kinderen heeft zult u erop moeten letten dat zij de hond als deze in zijn bench ligt ook nooit storen of lastigvallen. De bench moet juist een plek zijn waar de hond zich rustig terug kan trekken.

Tenslotte: laat een hond nooit de halsband om in de bench: wanneer de hond door allerlei rare bewegingen met de halsband ergens achter blijft haken, kan hij stikken!